ECLI:NL:CRVB:2017:2730
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens schending inlichtingenverplichting bij hennephandel in bijstandszaak
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Tijdens een onderzoek werd vastgesteld dat zij geen melding hadden gemaakt van een aanzienlijke hoeveelheid henneptoppen in hun woning, wat leidde tot het intrekken van de bijstand en terugvordering van kosten.
De politie rapporteerde dat appellanten deel uitmaakten van een crimineel samenwerkingsverband in hennepteelt, met vondsten van ruim 3 kilogram hennep in november 2013 en 4 kilogram in maart 2014. Het college legde daarop een bestuurlijke boete op wegens het opzettelijk schenden van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank stelde de boete vast op €3.400, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde dit besluit en stelde de boete vast op €580,80. De Raad oordeelde dat het college onvoldoende had bewezen dat appellanten vóór 11 november 2013 de inlichtingenverplichting hadden geschonden en dat het college een onjuiste uitleg gaf aan het begrip opzet. De boete werd daarom gebaseerd op normale verwijtbaarheid en aangepast aan de juiste periode.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt vastgesteld op €580,80 wegens schending van de inlichtingenverplichting over de periode vanaf 11 november 2013.