ECLI:NL:CRVB:2015:210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en boete wegens schending inlichtingenplicht WW-uitkering
Appellant ontving een WW-uitkering vanaf november 2008. Het UWV startte een onderzoek naar de rechtmatigheid van deze uitkering nadat bleek dat appellant niet alle gewerkte uren had opgegeven. Op basis van dit onderzoek werd de uitkering herzien en onverschuldigd betaalde bedragen teruggevorderd, evenals een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden door het UWV en de rechtbank afgewezen. In hoger beroep stelde appellant dat hij zich aan de inlichtingenplicht had gehouden en dat de formulieren van het UWV onduidelijk waren. Ook voerde hij aan dat het gesprek met zijn werkcoach een andere inhoud had dan vastgelegd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het wachten op klanten ook als arbeidstijd moet worden beschouwd en dat appellant niet alle uren correct had opgegeven. Het gesprek met de werkcoach was juist vastgelegd en appellant kon een verwijt worden gemaakt. De boete werd als passend en geboden beoordeeld. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening, terugvordering en boete wegens schending van de inlichtingenplicht.