ECLI:NL:CRVB:2015:2394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verlaging en terugvordering bijstand wegens niet betaalde woonlasten en opgelegde boete
Appellante vroeg bijstand aan na het verlaten van de echtelijke woning door haar ex-echtgenoot. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verlaagde de bijstand vanwege het ontbreken van woonkosten, omdat de ex-echtgenoot de vaste lasten betaalde en alimentatie verstrekte. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellante de inlichtingenverplichting heeft geschonden door niet te melden dat de woonlasten niet door haar werden betaald, ondanks dat zij wist dat haar ex-echtgenoot deze kosten droeg.
De Raad bespreekt het toepasselijke sanctieregime, waarbij het oude regime geldt voor overtredingen tot 1 januari 2013 en het nieuwe regime voor daarna. De boete wordt herberekend op basis van deze regimes en de mate van verwijtbaarheid, waarbij voor de periode na 1 januari 2013 sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Uiteindelijk wordt een boete van €480 opgelegd, aanzienlijk lager dan het oorspronkelijke bedrag.
Daarnaast wordt appellante in het gelijk gesteld wat betreft de proceskosten, die het college moet vergoeden. De uitspraak benadrukt het belang van correcte en tijdige informatieverstrekking bij bijstandsaanvragen en de zorgvuldige toetsing van boetes binnen het bestuursrecht.
Uitkomst: De boete wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt vastgesteld op €480 en het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het de boete betreft.