Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 december 2022 in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder
Inleiding en procesverloop
Inhoud bestreden besluiten (in essentie)
Standpunt van eisers (in essentie)
Beoordeling door de rechtbank
een ieder verbindende bepalingenin artikel 94 van Pro de Gw volgt dat het moet gaan om rechtstreeks werkende verdragsbepalingen. Dergelijke bepalingen van internationaal recht zijn binnen het nationale recht aan te merken als een zelfstandige rechtsnorm, die voorrang heeft op de formele nationale wet.
“Artikel 11 van Pro het IVESR biedt appellant geen rechtstreekse bescherming, omdat het volgens vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraak van 22 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4737) niet een eenieder verbindende bepaling in de zin van artikel 94 van Pro de Grondwet bevat. Hetzelfde geldt voor de artikelen 22 en 25 van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens en de artikelen 12 tot en met 14 van het Europees Sociaal Handvest. Vergelijk in dit verband de uitspraak van 13 februari 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:364) respectievelijk de uitspraak van 22 februari 2013 (ECLI:NL:CRVB:BZ2161).”
Uitbetalen van de uitkering
Conclusie
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: wets- en verdragsbepalingen
Grondwet (Gw)
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Participatiewet (Pw)
(toev. Rb: per augustus 2021)