ECLI:NL:CRVB:2015:4831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering na verlies rechtmatig verblijf door inreisverbod
Appellant, een Afghaanse vreemdeling met een verblijfsvergunning asiel, kreeg bijstand toegekend. Na een strafrechtelijke maatregel en een inreisverbod van tien jaar wegens gevaar voor de openbare orde, trok het college de bijstand in met terugwerkende kracht vanaf 1 februari 2013. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het inreisverbod het rechtmatig verblijf van appellant beëindigde en daarmee het recht op bijstand. Echter, intrekking van bijstand met terugwerkende kracht is in strijd met het materiële rechtszekerheidsbeginsel, omdat bijstand die rechtmatig is ontvangen niet zomaar kan worden ingetrokken. Dit geldt ook als het verblijfsrecht later met terugwerkende kracht wordt ingetrokken.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor de periode van 1 februari tot en met 4 maart 2013 en bepaalt dat het college de bijstand voor die periode moet nabetalen. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten en bepaalt vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het college moet de bijstand over de periode van 1 februari tot en met 4 maart 2013 aan appellant nabetalen wegens strijd met materiële rechtszekerheid.