ECLI:NL:RBGEL:2018:3301
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.C.E. Marechal
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- E.L. de Jongh
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand onrechtmatig over periode vóór intrekking verblijfsvergunning
Eisers, geboren in Turkije, ontvingen sinds 7 december 1998 bijstand in Nederland. Na onderzoek door de IND werd hun Nederlanderschap en verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht vanwege het verzwegen van verblijf in Duitsland tijdens de asielprocedure.
Verweerder trok de bijstand in met terugwerkende kracht vanaf 7 december 1998. Eisers stelden dat dit onrechtmatig was omdat de intrekking van de verblijfsvergunning niet automatisch de intrekking van eerder verleende bijstand rechtvaardigt. De rechtbank bevestigde dit en oordeelde dat de bijstand over de periode tot 10 augustus 2016 ten onrechte was ingetrokken.
Voor de periode vanaf 23 november 2017 was de intrekking wel terecht omdat de gelijkstelling met een Nederlander op grond van de Participatiewet was beëindigd. Eisers hadden geen zelfstandige beroepsgronden tegen deze intrekking aangevoerd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor het deel over de periode tot 10 augustus 2016 en bepaalde dat eisers recht hebben op bijstand over die periode. Tevens werden verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eisers recht hebben op bijstand over de periode 7 december 1998 tot 10 augustus 2016 en vernietigt het bestreden besluit voor dat deel.