ECLI:NL:CRVB:2016:1427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling ZW-dagloon ondanks betwisting fulltime salaris
Appellant was in dienst bij een BV en beëindigde zijn arbeidsovereenkomst per 1 maart 2012 na ziekmelding. Het UWV weigerde aanvankelijk een Ziektewet-uitkering wegens een vermeende benadelingshandeling. Na bezwaar werd alsnog een uitkering toegekend met een vastgesteld dagloon van €19,19.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij niet had aangetoond dat hij de werkgever op niet mis te verstane wijze had gemaand het volledige salaris te betalen, wat een vereiste is voor toepassing van artikel 2, vierde lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen.
In hoger beroep herhaalde appellant dat hij recht had op een dagloon gebaseerd op een fulltime salaris en dat hij had afgesproken dat achterstallig loon zou worden betaald, wat niet is nagekomen. Het UWV betwistte dit en stelde dat appellant niet had bewezen dat hij fulltime had gewerkt of dat het loon niet inbaar was.
De Raad oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat hij de werkgever op niet mis te verstane wijze had gemaand het loon te betalen binnen het refertejaar. Ook werd overwogen dat het Besluit niet voorziet in rekening houden met niet betaalde salarissen op medische gronden. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder toekenning van wettelijke rente.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het dagloon juist is vastgesteld en wijst het hoger beroep af.