ECLI:NL:CRVB:2016:1980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- F. Hoogendijk
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatigheid opschorting en intrekking bijstand wegens niet verschijnen
Betrokkene ontving bijstand op grond van de WWB en werd opgeroepen voor een gesprek over arbeidsinschakeling. Na niet te zijn verschenen, schortte en trok het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de bijstand op en in. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze besluiten, dat door de rechtbank werd gehonoreerd omdat het college niet bevoegd was tot opschorting en intrekking op basis van het niet verschijnen bij een oproep die alleen betrekking had op arbeidsinschakeling.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de oproep van 10 oktober 2013 uitsluitend gericht was op het bespreken van arbeidsinschakelingsmogelijkheden en niet tevens op een beoordeling van het recht op bijstand. Het college had niet het recht om bijstand op te schorten en in te trekken op grond van artikel 54 WWB Pro, omdat het recht op bijstand niet in het geding was gesteld door het niet verschijnen.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat het niet voldoen aan een oproep voor arbeidsinschakeling niet kan leiden tot opschorting of intrekking van bijstand, tenzij het recht op bijstand zelf niet kan worden vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen en het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college niet bevoegd was om de bijstand op te schorten en in te trekken wegens niet verschijnen op een oproep voor arbeidsinschakeling.