ECLI:NL:CRVB:2016:2293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens onjuiste opgave inkomsten meerderjarige dochter
Appellante ontving bijstand met een toeslag van 20%, terwijl haar meerderjarige dochter studiefinanciering en inkomsten uit arbeid ontving. Het college stelde vast dat appellante vanaf oktober 2012 geen juiste en volledige opgave deed van de inkomsten van haar dochter op de statusformulieren, waardoor zij ten onrechte een hogere toeslag ontving.
Het college herzag de bijstand over de periode van oktober 2012 tot maart 2014 en vorderde € 3.336,80 terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellante stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellante in de maanden november 2012 tot en met januari 2014 de inlichtingenverplichting heeft geschonden door de studiefinanciering niet te vermelden, terwijl in oktober 2012, februari en maart 2014 wel correcte opgave was gedaan. De rentedragende lening uit de studiefinanciering werd als een middel beschouwd waarover de dochter redelijkerwijs kon beschikken, waardoor het inkomen boven de € 750,- grens lag en de toeslag terecht werd verlaagd.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde het bestreden besluit, ook omdat er geen dringende redenen waren om af te zien van terugvordering. De uitspraak werd gedaan door F. Hoogendijk op 21 juni 2016.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de bijstand en de terugvordering wegens onjuiste opgave van de inkomsten van de meerderjarige dochter.