ECLI:NL:CRVB:2016:2478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- R.E. Bakker
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ontbreken ingezetenschap
Appellant diende meerdere aanvragen in voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong 2010). De eerste aanvraag in 1998 werd afgewezen omdat appellant op het moment van verzekering al volledig arbeidsongeschikt was. Latere aanvragen werden eveneens afgewezen, onder meer omdat appellant op zijn zeventiende verjaardag niet in Nederland of een gelijkgesteld EU/EER-land woonde en dus niet als ingezetene kon worden beschouwd.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen de laatste afwijzing ongegrond, waarbij werd overwogen dat appellant geen duurzame persoonlijke band met Nederland had op zijn zeventiende. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het begrip ingezetene onjuist was toegepast en dat internationale verdragen het besluit zouden verbieden, maar deze argumenten werden niet als nieuwe feiten erkend.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak en oordeelde dat de wooneis niet in strijd is met discriminatieverboden en dat de rechtbank terecht de duurzame band met Nederland ontkende. Het incidenteel hoger beroep van het UWV werd gegrond verklaard, waardoor de eerdere uitspraak werd bekrachtigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag omdat appellant op zijn zeventiende geen ingezetene van Nederland was.