Uitspraak
OVERWEGINGEN
).
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam bij de gemeente Den Haag sinds 1984, is sinds 2006 aangesteld in de functie [functie b]. In 2012 stelde het college het Haags Generiek Functiehuis (HGF) vast, waarna in 2014 de functie van appellant werd ingepast in het profiel Manager F (salarisschaal 12). Na bezwaar wijzigde het college dit in Hoofd A + 1 (salarisschaal 12), omdat de functie zich op tactisch niveau bevindt en niet op strategisch.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit gegrond wegens onbevoegdheid van de ondertekenaar, maar oordeelde dat de inpassing zelf niet onhoudbaar was. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel degelijk strategisch beleid ontwikkelt en dat de inpassing onjuist is.
De Raad toetste terughoudend en concludeerde dat de inpassing op voldoende gronden berust. De functiebeschrijving van 2008, actueel en als basis genomen, toont dat de functie zich op operationeel/tactisch niveau bevindt zonder strategische sturing. Het feit dat appellant werkzaamheden op strategisch niveau verrichtte, doet hieraan niet af.
Ook de omstandigheid dat appellant vanaf 2015 geen leiding meer gaf aan medewerkers in schaal 11, is niet relevant voor de inpassing die op basis van de bestaande functiebeschrijving plaatsvond. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de inpassing van de functie in Hoofd A + 1 bevestigd.