Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
P. Vrolijk als leden, in tegenwoordigheid van I.G.A.H. Toma als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in Egypte in 1973 en sinds 1999 woonachtig in Nederland, vroeg arbeids- en inkomensondersteuning op grond van de Wajong 2010. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij op haar zeventiende verjaardag niet in Nederland of een EU/EER-land woonde, een vereiste voor de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij op haar zeventiende een duurzame persoonlijke band met Nederland had. Ook het beroep op het VN-Gehandicaptenverdrag en het argument van ongelijke behandeling faalden.
In hoger beroep handhaafde de Raad het besluit, stellende dat de beoordeling volgens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) moest plaatsvinden, waarin dezelfde ingezetenschapsvereiste geldt. De Raad oordeelde dat de voorwaarde van ingezetenschap objectief en redelijk is en niet in strijd met discriminatieverboden. Het beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor arbeids- en inkomensondersteuning op grond van de Wajong wordt afgewezen wegens het ontbreken van ingezetenschap op de zeventiende verjaardag.