ECLI:NL:CRVB:2021:2901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag arbeidsvermogen Wajong wegens niet-ingezetenschap op zeventiende verjaardag
Appellant, geboren op Curaçao en sinds 1999 inwoner van Nederland met de Nederlandse nationaliteit, vroeg op 31 januari 2018 een beoordeling arbeidsvermogen aan op grond van de Wajong. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant op zijn achttiende verjaardag niet in Nederland woonde. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onjuiste toepassing van de Wajong in plaats van de AAW en oordeelde dat appellant op zijn zeventiende verjaardag geen ingezetene was van Nederland.
In hoger beroep betoogde appellant dat ingezetenschap binnen het Koninkrijk der Nederlanden moet worden begrepen, dat hij een duurzame band met Nederland had, en dat de voorwaarde van ingezetenschap in strijd is met het VN-Gehandicaptenverdrag. Het UWV handhaafde de afwijzing en stelde dat het verdrag geen directe werking heeft en de ingezetenschapsvoorwaarde rechtvaardigt.
De Raad bevestigde dat de AAW van toepassing is en dat ingezetenschap betekent dat er een duurzame persoonlijke band met Nederland moet zijn op de zeventiende verjaardag. Appellant woonde tot 1999 op Curaçao, waardoor geen duurzame band met Nederland bestond. Het wonen op Curaçao kan niet gelijkgesteld worden aan wonen in Nederland. Ook het beroep op het concordantiebeginsel en discriminatieverboden faalde. De Raad oordeelde dat de ingezetenschapsvoorwaarde niet discrimineert en dat het VN-verdrag geen andere uitkomst geeft.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-aanvraag wegens het ontbreken van ingezetenschap op de zeventiende verjaardag.