ECLI:NL:CRVB:2016:3138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf in gemeente
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en stond ingeschreven op een adres in Zaanstad. Na een melding van leegstand heeft het college onderzoek gedaan, waaronder dossieronderzoek, huisbezoek en het opvragen van verbruiksgegevens van nutsvoorzieningen.
Het college concludeerde dat appellante niet daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde en trok de bijstand in, met terugvordering van de ontvangen bedragen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat het aan het college is om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor intrekking is voldaan. De Raad weegt verklaringen van appellante, e-mails van school en woningbouwvereniging, het lage waterverbruik, de staat van de woning en verklaringen van buurtbewoners mee.
De Raad oordeelt dat appellante haar hoofdverblijf niet in de gemeente had en bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstand. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens ontbreken van hoofdverblijf in de gemeente wordt bevestigd.