Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het college in de kosten van appellanten tot een bedrag van € 1.488,-;
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en verbleven van 19 augustus tot 10 september 2013 in Irak zonder dit aan het college te melden, wat leidde tot een boete en een maatregelverlaging. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor de maatregel, maar verwierp het beroep tegen de boete.
In hoger beroep staat alleen de boete en de vergoeding van kosten bezwaar centraal. De Raad oordeelt dat appellanten de inlichtingenplicht schonden en dat sprake is van grove schuld, omdat zij wisten dat melding aan het college verplicht was. De boete wordt gematigd tot € 370,- vanwege financiële draagkracht.
Verder wordt het college veroordeeld tot vergoeding van de kosten van bezwaar (€ 496) en hoger beroep (€ 992), totaal € 1.488,-. Het college moet ook het betaalde griffierecht vergoeden. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd voor zover deze de boete handhaafde en de kostenvergoeding weigerde.
Uitkomst: De boete wegens het niet melden van verblijf in Irak wordt vastgesteld op € 370,- en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten bezwaar en hoger beroep.