ECLI:NL:CRVB:2016:4871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete en terugvordering bijstand wegens niet-melden van inkomsten uit leningen
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en kreeg een heronderzoek vanwege bankafschriften waaruit bleek dat hij diverse bedragen van derden ontving. Het bestuur stelde vast dat appellant deze inkomsten niet had gemeld, wat leidde tot herziening en terugvordering van bijstand en oplegging van een boete.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de terugvordering ongegrond en stelde aanvankelijk een te hoge boete vast, die later werd herzien naar een lager bedrag. Appellant voerde aan dat het om leningen ging die hij terugbetaalde en dat hij niet wist dat hij deze moest melden.
De Raad oordeelde dat kasstortingen en bankbijschrijvingen als middelen worden beschouwd, ook als het leningen betreft, en dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden. Het gebrek aan kennis over de meldingsplicht leidt niet tot ontslag van de verplichting. De boete en terugvordering worden bevestigd omdat appellant tijdig had moeten informeren en de verplichting objectief is.
De Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De boete en terugvordering van bijstand wegens niet-melden van inkomsten uit leningen worden bevestigd.