ECLI:NL:CRVB:2016:5063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- F. Hoogendijk
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering uitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en R een IOAW-uitkering als alleenstaande. Een anonieme tip leidde tot onderzoek waaruit bleek dat appellante en R samenwoonden zonder dit te melden. Het college trok de uitkering van R in en vorderde betaalde bedragen terug, ook van appellante.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante dat er sprake was van gezamenlijke huishouding. De Raad oordeelde dat het adres van R als hoofdverblijf van beiden fungeerde, mede vanwege de geboorte van hun gezamenlijke kind, de gedane verklaringen en waarnemingen.
De Raad verwierp de nuancering van appellante over haar verblijf en hield haar aan de oorspronkelijke verklaring. De conclusie was dat er een gezamenlijke huishouding bestond, waardoor het besluit tot intrekking en terugvordering terecht was. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking en terugvordering van de uitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding.