Uitspraak
4 december 2014, 14/7107 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant werd in 2011 bevorderd en toegewezen aan een functie met een functieduur tot 1 mei 2014. In 2013 vroeg appellant gebruik te maken van de remplaçantenregeling, die het mogelijk maakt vrijwillig plaats te maken voor een interne herplaatsingskandidaat. Hoewel appellant per brief van 13 juni 2013 als remplaçant werd geregistreerd, bleek dat er geen interne herplaatsingskandidaat was en dat de vacature daarom open werd gesteld voor alle belanghebbenden.
De minister weigerde appellant als remplaçant aan te merken en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde deze beslissing. In hoger beroep voerde appellant aan dat de gehanteerde éénjaarstermijn niet in het Sociaal Beleidskader Defensie 2012-2016 was opgenomen en dat hij onterecht niet als remplaçant werd erkend.
De Raad oordeelde dat de termijn uit de uitvoeringsregeling en de brief van 13 juni 2013 niet onrechtmatig is en dat het ontbreken van een interne herplaatsingskandidaat op de peildatum rechtvaardigt dat de vacature open werd gesteld. Het gelijkheidsbeginsel en de situatie van de echtgenote van appellant konden appellant niet baten. Er waren geen bindende toezeggingen gedaan en de minister hoefde zich niet in te spannen om appellant alsnog als remplaçant aan te merken.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van appellant om als remplaçant te worden aangemerkt en wijst het verzoek om schadevergoeding af.