Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding van appellante 2 af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak staat de loonsanctie centraal die het UWV heeft opgelegd aan een werkgeefster wegens het onvoldoende verrichten van re-integratie-inspanningen door haar werkneemster. Het UWV verlengde de loondoorbetalingsperiode met 52 weken, omdat de re-integratie onvoldoende was, terwijl daarvoor geen deugdelijke grond aanwezig was.
De werkgeefster en werkneemster maakten bezwaar tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde deze beroepen ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De rechtbank oordeelde dat het UWV niet verplicht was advies van de Landelijke Loonsanctie Commissie te vragen en dat het standpunt van het UWV over het onvoldoende re-integratieresultaat terecht was.
In hoger beroep herhaalden beide appellanten hun standpunten, waarbij de werkneemster benadrukte dat zij vanaf juni 2012 volledig arbeidsongeschikt was verklaard door de bedrijfsarts. De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat de gronden van hoger beroep niet tot een ander oordeel konden leiden en bevestigde de bestreden besluiten en de afwijzing van de schadevergoeding.
De Raad wees tevens op het ontbreken van nieuw bewijs en benadrukte dat aspecten van de medische situatie buiten dit geding vallen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2016.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie blijft gehandhaafd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.