ECLI:NL:CRVB:2015:852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van re-integratie-inspanningen werkgever bij WIA-uitkering
Werknemer viel wegens spanningsklachten uit en verrichtte daarna aangepaste werkzaamheden. Het UWV legde een loonsanctie op aan de werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen, omdat volgens een arbeidsdeskundige een passende functie niet was gecreëerd. De werkgever maakte bezwaar en stelde dat het niet redelijk was om een functie te creëren die de collega’s onevenredig zou belasten en dat de functie door automatisering was veranderd.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV wegens onvoldoende motivering en onvolledige heroverweging. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Zij oordeelde dat de werkgever aannemelijk had gemaakt dat het niet redelijk was om een functie te creëren op de afdeling van de werknemer, mede gelet op bedrijfsrapporten en het advies van een arbeidsdeskundige.
Ook werd geoordeeld dat de werkgever voldoende onderzoek had gedaan naar andere passende functies binnen het bedrijf. Het UWV kon niet aantonen dat dit onderzoek onvolledig was. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht en wijst het hoger beroep van het UWV af.