ECLI:NL:CRVB:2016:911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet nakomen inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Na een controle waarbij vreemde personen werden aangetroffen, startte het college een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Appellante werd verzocht bankafschriften te overleggen, maar verscheen niet op de afspraak en leverde de gevraagde gegevens niet aan.
Het college schortte vervolgens de bijstand op en trok deze later in vanwege de schending van de inlichtingenverplichting op grond van artikel 54, derde lid, WWB. Appellante stelde in hoger beroep dat zij de gegevens later alsnog had verstrekt en dat haar persoonlijke omstandigheden niet waren meegewogen, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De Raad oordeelde dat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor de beoordeling van het recht op bijstand en dat de objectieve inlichtingenverplichting was geschonden. Persoonlijke problemen van appellante konden geen grond zijn om van intrekking af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd vanwege het niet nakomen van de inlichtingenverplichting.