ECLI:NL:CRVB:2017:1132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatiebesluit persoonlijke verzorging en afwijzing schadevergoeding
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen een indicatiebesluit van het CIZ voor persoonlijke verzorging over de periode van 1 april 2009 tot en met 24 oktober 2011. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin het beroep tegen latere indicatiebesluiten van 25 oktober 2011 en 12 maart 2013 niet aan de orde was. Het bestreden besluit beperkt de indicatieperiode tot 24 oktober 2011, omdat daarna nieuwe indicatiebesluiten zijn genomen.
De rechtbank had het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, omdat appellant geen gemotiveerde gronden had aangevoerd tegen de indicatieperiode van 1 januari 2011 tot en met 24 oktober 2011. Appellant betoogde dat de latere besluiten onjuist waren en dat hij daarom geen rechtsmiddelen had aangewend, maar de Raad oordeelt dat het op zijn weg lag om tegen die besluiten bezwaar te maken.
Verder wijst de Raad het verzoek om herziening van latere besluiten af, omdat dit alleen bij het CIZ kan worden ingediend en dat verzoek reeds is afgewezen. Het hoger beroep slaagt niet, de aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.