Appellant, een minderjarig kind met de ziekte van Milroy, vroeg om indicatie voor persoonlijke verzorging, begeleiding en behandeling onder de AWBZ. Het CIZ wees de aanvraag af en stelde later indicatiebesluiten vast die de noodzakelijke zorg deels onder de gebruikelijke ouderlijke zorg plaatsten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het CIZ het begrip gebruikelijke zorg onjuist interpreteert door standaard één uur per etmaal als gebruikelijke zorg af te trekken zonder te beoordelen in hoeverre de noodzakelijke zorg voor het kind deze norm overschrijdt. De systematiek van het CIZ is te theoretisch en onvoldoende afgestemd op de individuele situatie van het kind.
De Raad bepaalt dat het CIZ in ieder individueel geval moet beoordelen welke zorg boven de gebruikelijke zorg voor een kind van dezelfde leeftijd zonder beperkingen noodzakelijk is, waarbij leeftijd, aard, frequentie en tijdsduur van zorghandelingen betrokken moeten worden.
Het besluit van het CIZ wordt daarom vernietigd voor zover het de weigering betreft om vanaf 1 januari 2011 zorg te indiceren. Het CIZ wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het CIZ veroordeeld in de proceskosten van appellant.