ECLI:NL:CRVB:2017:1471
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij indicatie AWBZ
Appellante heeft op 16 januari 2014 een indicatie voor zorg aangevraagd onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Het CIZ heeft op 11 februari 2014 een indicatie toegekend met een looptijd tot 10 februari 2029, maar bij een besluit van 24 december 2014 is deze indicatie verkort en het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank Overijssel heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Het CIZ stelde dat appellante geen procesbelang had omdat zij inmiddels onder de Wet langdurige zorg (Wlz) is geïndiceerd voor onbepaalde tijd.
De Raad bevestigt dat procesbelang ontbreekt wanneer het resultaat van het beroep niet kan leiden tot daadwerkelijke zorgverlening in het verleden of toekomst, zeker nu de AWBZ is ingetrokken per 1 januari 2015. Omdat appellante reeds geïndiceerd is onder de Wlz en geen ander procesbelang heeft, verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.