ECLI:NL:CRVB:2017:1580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en matiging boete wegens niet-wonen in bijstandsgemeente
Appellant ontving vanaf november 2010 bijstand in de gemeente waar hij stond ingeschreven. Naar aanleiding van een tip startte de gemeente een onderzoek waaruit bleek dat appellant feitelijk zijn hoofdverblijf elders had. Het college trok de bijstand in en vorderde deze terug, en legde een boete op wegens het niet melden van zijn werkelijke woonplaats.
De rechtbank matigde de boete van ruim €20.000 naar €5.000, maar verklaarde het beroep verder ongegrond. In hoger beroep stelde het college de boete bij nader besluit nog verder terug tot €1.179,36. De Raad bevestigde dat appellant zijn woonplaats niet in de bijstandsgemeente had en dat het college terecht de bijstand introk en terugvorderde.
De Raad oordeelde dat de boete passend is gezien de verwijtbaarheid en omstandigheden, en vernietigde het deel van de uitspraak dat de boete op €5.000 stelde. Het beroep tegen het nader besluit tot boetematiging werd ongegrond verklaard. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd en de boete wordt gematigd tot €1.179,36.