ECLI:NL:CRVB:2017:1913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding ondanks echtscheiding
Appellanten, die van elkaar gescheiden waren, ontvingen bijstand als alleenstaande ouder. Het college stelde na onderzoek dat zij in de beoordeelde perioden niet duurzaam gescheiden leefden en een gezamenlijke huishouding voerden, hetgeen zij niet hadden gemeld. Het college trok daarom de bijstand in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde de verklaringen van appellante, getuigenverklaringen van buurtbewoners en onderzoeksbevindingen van de sociale recherche. De Raad oordeelde dat deze voldoende feitelijke grondslag boden voor het standpunt van het college.
De Raad stelde vast dat appellanten gedurende de relevante perioden feitelijk samenwoonden en een gezamenlijke huishouding voerden, ondanks het ontbreken van een affectieve relatie. Tevens concludeerde de Raad dat appellanten hun inlichtingenverplichting schonden door dit niet te melden. De Raad bevestigde daarom de intrekking en terugvordering van de bijstand en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding ondanks echtscheiding.