ECLI:NL:CRVB:2017:2599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens te late indiening gronden WIA-uitkering
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV dat zij geen recht meer had op een loongerelateerde WGA-uitkering vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Hoewel het inleidend bezwaarschrift tijdig was ingediend, werden de gronden van bezwaar te laat ingediend. Het UWV verklaarde het bezwaar daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de gronden tijdig waren ingediend en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de brief met de gronden op 22 oktober 2014 was verzonden, wat volgens vaste rechtspraak nog als tijdig moest worden beschouwd.
De Raad stelde vast dat het poststempel op de envelop van 23 oktober 2014 was en dat appellante niet voldoende aannemelijk had gemaakt dat de brief eerder was verzonden. De termijnoverschrijding was niet verschoonbaar, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het UWV-besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van de gronden van bezwaar.