ECLI:NL:CRVB:2015:3098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen UWV-besluit WIA-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen een UWV-besluit waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op een WIA-uitkering. Het bezwaar was aanvankelijk niet ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het bezwaar niet tijdig waren ingediend. Appellant stelde dat de bezwaarschriftgronden wel tijdig per post waren verzonden, maar dit kon niet worden aangetoond.
De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. In hoger beroep richt appellant zich tegen dit laatste deel van de uitspraak en betoogt dat de brief met gronden tijdig was verzonden, onderbouwd met stukken van een koeriersbedrijf en eigen administratie.
De Raad oordeelt dat de registratie van de brief bij PostNL op 27 september 2013 bepalend is voor de terpostbezorging, en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de brief eerder was verzonden. De enkele vermelding van herlabeling op de enveloppe biedt geen bewijs van eerdere verzending. Daarom is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar en heeft het UWV terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd voor zover aangevochten. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het UWV-besluit is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van de bezwaarschriftgronden.