ECLI:NL:CRVB:2017:3064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet-naleving verantwoordingsverplichtingen
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen een besluit van het Zorgkantoor waarbij het persoonsgebonden budget (pgb) voor 2014 werd vastgesteld op nihil en terugvordering van het gehele bedrag werd gelast. Appellante had niet voldaan aan de verantwoordingsverplichtingen zoals gesteld in artikel 2.6.9 van de Regeling subsidies AWBZ (Rsa).
De rechtbank had het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep constateert dat het bestreden besluit een buitenwettelijke beslissing was en dat het beroep feitelijk gericht moet worden tegen het vaststellingsbesluit van 4 juni 2015. Dit besluit is niet eerder bestreden, waardoor de rechtbank uitspraak vernietigd wordt.
De Raad beoordeelt het beroep tegen het vaststellingsbesluit en oordeelt dat appellante geen girale betalingen heeft verricht en daarmee niet heeft voldaan aan de verantwoordingsverplichtingen. Het Zorgkantoor was bevoegd het pgb lager vast te stellen en terug te vorderen. De Raad acht het besluit tot terugvordering redelijk en evenredig en verklaart het beroep ongegrond.
Tot slot veroordeelt de Raad het Zorgkantoor in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot terugvordering van het pgb wordt ongegrond verklaard en het Zorgkantoor wordt veroordeeld in de proceskosten.