ECLI:NL:CRVB:2017:3153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bijstandintrekking wegens discriminatoir onderzoek naar vermogen in Turkije
De zaak betreft het hoger beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almelo om de bijstand van appellante met ingang van 15 februari 2013 in te trekken en de kosten van bijstand over die periode terug te vorderen. Dit besluit was gebaseerd op een themacontrole gericht op het vermogen in het buitenland van bijstandsgerechtigden met een band met Turkije.
De sociale recherche heeft onderzoek gedaan naar het bezit van een woning in Turkije, waarbij gebruik is gemaakt van een Turks advocatenkantoor. Appellante werd geselecteerd omdat zij tot een groep behoorde die was vastgesteld op basis van nationaliteit en afkomst. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat het onderzoek niet in strijd was met het discriminatieverbod.
De Raad oordeelt echter dat het onderzoek zich uitsluitend richtte op personen met een Turkse nationaliteit of afkomst, zonder objectieve en transparante criteria voor selectie en zonder onderzoek naar andere groepen. Dit onderscheid is volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een verdacht onderscheid dat alleen gerechtvaardigd kan worden door zeer gewichtige redenen, die het college niet heeft kunnen aantonen.
Daarom is het onderzoek onrechtmatig en mogen de bevindingen niet als bewijs worden gebruikt. Het bestreden besluit berust niet op een voldoende feitelijke grondslag en wordt vernietigd. Het college wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, waarbij het onderzoek op een rechtmatige wijze moet worden uitgevoerd. Tevens worden de proceskosten aan appellante toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd wegens strijd met het discriminatieverbod; het college moet een nieuwe beslissing nemen.