ECLI:NL:CRVB:2017:3713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste verklaring over woonadres
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand en stond ingeschreven op een recreatieterreinadres waar ook zijn vader woonde. Het college trok de bijstand in vanwege het niet voldoen aan medewerkingsverplichtingen en stelde dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde, gebaseerd op een verklaring van zijn vader aan sociaal rechercheurs.
Appellant betwistte deze verklaring en overhandigde een latere verklaring van zijn vader waarin deze de eerdere verklaring introk vanwege druk en onduidelijkheid over het doel van het huisbezoek. De Raad achtte deze latere verklaring aannemelijk gezien de context van het onderzoek en de omstandigheden.
De Raad oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde in de relevante perioden. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd en het besluit van 24 december 2014 herroepen. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en herroepen wegens onvoldoende feitelijke grondslag.