ECLI:NL:CRVB:2017:3952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet melden websiteverkoop en schoonheidsbehandelingen bij IOAW-uitkering
Appellante ontving sinds mei 2011 een IOAW-uitkering. Uit onderzoek bleek dat zij een website beheerde waarop sieraden werden verkocht en dat zij schoonheidsbehandelingen verrichtte, zonder dit te melden aan het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Veluwerand.
Het dagelijks bestuur trok de uitkering in per januari 2013 en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank vernietigde het boetebesluit en legde een lagere boete van €1.110,- op. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat appellante haar meldingsplicht had geschonden omdat de verkoop niet incidenteel was en de schoonheidsbehandelingen als op geld waardeerbare activiteiten gelden. De verwijtbaarheid was normaal, en de draagkracht van appellante werd correct beoordeeld volgens vaste rechtspraak, waarbij 10% van de uitkering als draagkracht werd aangenomen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en de opgelegde boete van €1.110,-. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De boete van €1.110,- wegens niet melden van websiteverkoop en schoonheidsbehandelingen wordt bevestigd.