Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving vanaf 3 januari 2005 een WW-uitkering. Later bleek dat hij meer uren had gewerkt dan opgegeven, wat leidde tot een herziening en terugvordering van €25.615,15. Het Uwv legde appellant een boete van €2.269 op wegens het niet juist en volledig invullen van werkbriefjes, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen de boete ongegrond en verlaagde het terugbetalingsbedrag. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de werkbriefjes juist had ingevuld en dat het Uwv onvoldoende rekening hield met zijn schulden en de medische situatie van zijn echtgenote.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden en dat hem daarvan subjectief een verwijt kan worden gemaakt. De boete is evenredig aan de ernst van de overtreding en de omstandigheden. De berekening van de aflossingscapaciteit door het Uwv is juist, en de medische situatie van de echtgenote rechtvaardigt geen matiging. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De boete van €2.269 wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd en het hoger beroep afgewezen.