ECLI:NL:CRVB:2017:4321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerd besluit UWV over belastbaarheid reiken bij Ziektewetuitkering
Appellant, voormalig productiemedewerker, meldde zich ziek met klachten aan zijn rechterschouder en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen en beëindigde het ziekengeld. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en achtte het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen, met name op het gebied van reiken en frequent reiken, onvoldoende waren meegewogen en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onduidelijk was over de belastbaarheid van de rechterschouder.
De Raad volgde de rechtbank in de zorgvuldigheid van het onderzoek, maar stelde vast dat de FML onvoldoende inzicht gaf in het verschil in belastbaarheid tussen rechter- en linkerschouder bij de beoordelingsaspecten reiken en frequent reiken. Dit leidde tot een ondeugdelijke motivering van het besluit, vooral omdat de geselecteerde functies mogelijk deze beperkingen overschrijden. De Raad droeg het UWV op het besluit binnen zes weken te herstellen met een duidelijke motivering over deze aspecten.
Uitkomst: Het UWV moet het besluit binnen zes weken herstellen door het verschil in belastbaarheid tussen rechter- en linkerschouder met betrekking tot reiken inzichtelijk te maken en overschrijdingen deugdelijk te motiveren.