Eiseres ontving een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, die door verweerder werd ingetrokken over de periode van 1 januari 2008 tot en met 6 januari 2013 vanwege het niet melden van op geld waardeerbare werkzaamheden en andere relevante feiten. Verweerder stelde dat eiseres erotische foto’s en videorapportages op betaalde internetsites had geplaatst zonder dit te melden, daarnaast had zij meerdere auto's op haar naam zonder dit te melden en waren er onverklaarde stortingen op haar bankrekening.
Eiseres voerde aan dat de verspreiding van de foto’s zonder haar toestemming door haar ex-partner was gebeurd en dat zij geen inkomsten had genoten. Ook stelde zij dat zij niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor het misbruik van haar foto’s en dat zij geen administratie had bijgehouden. De rechtbank oordeelde dat eiseres de inlichtingenplicht had geschonden, aangezien zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij zich had verzet tegen de verspreiding van de foto’s en geen bewijs had geleverd dat zij geen inkomsten had genoten.
Verder concludeerde de rechtbank dat het verrichten van op geld waardeerbare activiteiten, zoals het plaatsen van foto’s op betaalde websites, relevant is voor het recht op bijstand, ongeacht of daadwerkelijk inkomsten zijn genoten. Ook de niet gemelde auto’s en onverklaarde bankstortingen waren van belang. De rechtbank verwierp de stellingen van eiseres en verklaarde het beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.