ECLI:NL:CRVB:2017:919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-wonen op BRP-adres
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar studiefinanciering, waarbij zij vanaf 1 maart 2014 als thuiswonende studente werd aangemerkt en een bedrag van €1.598,16 werd teruggevorderd. De minister baseerde dit op een controleonderzoek van twee controleurs die constateerden dat appellante niet op het BRP-adres woonde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep. Hoewel het onderzoek door zelfstandigen zonder personeel is uitgevoerd en daarmee als bewijs ontoelaatbaar is, erkende appellante zelf dat zij ten tijde van het onderzoek niet op het BRP-adres verbleef.
Appellante slaagde er niet in om overtuigend bewijs te leveren dat zij tussen maart en juli 2014 wel op het BRP-adres woonde. Verklaringen van derden en een brief van een woningstichting waren onvoldoende. De Raad oordeelt dat de herziening terecht is en dat de hardheidsclausule niet van toepassing is. Het verzoek om schadevergoeding wegens wettelijke rente wordt afgewezen.
Uitkomst: De herziening van de studiefinanciering wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.