ECLI:NL:CRVB:2017:960
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.T. van den Corput
- J.C.F. Talman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en toekenning vergoeding belastingschade en advocaatkosten na onrechtmatig ontslag
Appellante werd onrechtmatig ontslagen per 1 juli 2008, wat door de Raad in 2012 werd vastgesteld. Na herstel van het dienstverband en nabetaling van salaris ontstond discussie over de vergoeding van de financiële schade. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde de schade vast op € 32.679,-, maar weigerde vergoeding van belastingschade en advocaatkosten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat het college ten onrechte geen vergoeding toekende voor belastingschade wegens gemiste hypotheekrenteaftrek en voor advocaatkosten gerelateerd aan deze schadepost. De Raad wijst een vergoeding toe van € 2.200,- voor belastingschade en € 396,- voor advocaatkosten.
Daarnaast wordt een vergoeding van € 4.500,- toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. Andere schadeposten, zoals hypotheekschade en gemiste vakantie-uren, worden afgewezen wegens gebrek aan verband met het onrechtmatige ontslag of omdat deze niet in bezwaar waren aangevoerd.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en treedt zelf in de zaak, waarbij het college wordt veroordeeld tot betaling van de genoemde vergoedingen en het griffierecht. Hiermee wordt het geschil over de schadevergoeding definitief beslecht.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van belastingschade van € 2.200,-, advocaatkosten van € 396,- en immateriële schadevergoeding van € 4.500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.