ECLI:NL:CRVB:2018:1914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing WIA-uitkering wegens weigering medewerking diagnostische opname
Appellante ontvangt sinds 27 juli 2010 een WIA-uitkering wegens psychische klachten. Het UWV heeft in 2016 een herbeoordeling ingesteld waarbij een diagnostische opname werd voorgesteld om de actuele psychische belastbaarheid vast te stellen. Appellante weigerde hieraan mee te werken, waarop het UWV de uitkering schorst en later verlaagt.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de medewerkingsverplichting niet-ontvankelijk en bevestigde de schorsing van de uitkering. Appellante stelde hoger beroep in tegen beide uitspraken. De Raad oordeelt dat appellante geen procesbelang heeft bij het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de medewerkingsbrief.
Ten aanzien van de schorsing bevestigt de Raad dat het UWV terecht een diagnostische opname heeft voorgeschreven en dat appellante medewerking had moeten verlenen. Er zijn geen medische redenen aangevoerd die het weigeren van medewerking rechtvaardigen. De opgelegde maatregel is in overeenstemming met de Wet WIA en het Maatregelenbesluit. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de schorsing van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt verworpen en de schorsing van de WIA-uitkering bevestigd.