ECLI:NL:CRVB:2018:2133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet-naleving medewerkingsverplichting dakloze
Appellant, een dakloze, heeft op 9 februari 2016 een aanvraag voor bijstand ingediend en daarbij verblijfplaatsen opgegeven, waaronder een auto en het adres van zijn broer. Hij vulde zevendagenformulieren in en verklaarde voornamelijk in de auto te verblijven. De Dienst Werk en Inkomen (DWI) voerde onaangekondigde bezoeken uit op de opgegeven locaties tussen 22 en 24 maart 2016, maar trof appellant niet aan. Het college wees de aanvraag af wegens het niet nakomen van de medewerkingsverplichting.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel op het adres van zijn broer verbleef in de controledagen, maar niet werd aangetroffen vanwege een kapotte deurbel. Hij stelde dat de handhavingsmedewerkers geen verder contact hadden gezocht en dat getuigen zijn verblijf bevestigden. De Raad overwoog dat appellant geen volledige en juiste opgave had gedaan en geen wijzigingen had doorgegeven, waardoor controle niet mogelijk was.
De Raad achtte de werkwijze van de DWI met het zevendagenformulier en locatiebezoeken niet onredelijk en concludeerde dat appellant terecht werd geweigerd omdat het recht op bijstand niet vastgesteld kon worden. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens niet-naleving van de medewerkingsverplichting.