Uitspraak
17.8224 AW
15 november 2017, 17/993 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was vanaf september 2013 tot eind 2016 in verschillende tijdelijke functies werkzaam bij het Openbaar Ministerie en het [instantie]. Na meerdere tijdelijke aanstellingen in verschillende functies heeft de minister besloten haar tijdelijke aanstelling per 1 januari 2017 te beëindigen.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een keten van aanstellingen met dezelfde werkzaamheden, waardoor geen vaste aanstelling van rechtswege was ontstaan. De Raad onderschrijft dit oordeel en bevestigt dat de minister bevoegd was om de tijdelijke aanstelling niet om te zetten in een vast dienstverband.
Appellante voerde aan dat haar aanstelling al vanaf september 2013 van rechtswege vast was geworden en dat sprake was van een schijnconstructie door detachering via een uitzendbureau. De Raad wijst deze argumenten af, omdat de werkzaamheden niet gedurende de hele keten gelijk waren en er geen aanwijzingen zijn voor een schijnconstructie.
De Raad concludeert dat het besluit van de minister niet in strijd is met het geschreven of ongeschreven recht en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De tijdelijke aanstelling van appellante is niet van rechtswege omgezet in een vaste aanstelling en de minister was bevoegd deze te beëindigen.