ECLI:NL:CRVB:2018:234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde kasstortingen
Appellant ontving bijstand vanaf november 2011 en werd onderzocht vanwege niet gemelde kasstortingen op zijn bankrekeningen. Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens het niet verstrekken van volledige informatie over de kasstortingen en werkzaamheden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat kasstortingen in beginsel als inkomen worden beschouwd en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de stortingen afkomstig waren van eigen geld, leningen of andere legitieme bronnen. Hierdoor blijft de financiële situatie onduidelijk en kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
De Raad bevestigt dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken en de kosten heeft teruggevorderd. De terugvordering is niet disproportioneel, aangezien het reparatoire karakter van de maatregel gericht is op herstel van de rechtmatige situatie. Dringende redenen om van terugvordering af te zien zijn niet aannemelijk gemaakt.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde kasstortingen wordt bevestigd.