ECLI:NL:CRVB:2018:2410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde bankstortingen
Appellant ontving bijstand sinds 2011 en kreeg deze ingetrokken over de periode 1 januari 2015 tot 29 februari 2016 vanwege twaalf contante stortingen op zijn bankrekening die niet waren gemeld aan het college. Appellant verklaarde dat het om leningen ging vanwege gokproblemen, maar kon de herkomst en omvang niet aannemelijk maken.
Het college handhaafde het besluit tot intrekking en terugvordering van €16.215,06. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en ook in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden. De stortingen worden als inkomen aangemerkt, ook al betoogde appellant dat het leningen betrof.
Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij recht had op bijstand over de periode, mede door gebrek aan concrete administratie en tegenstrijdigheden in verklaringen. Ook het beroep op dringende redenen om terugvordering te voorkomen werd verworpen. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees proceskosten af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering van €16.215,06 worden bevestigd wegens niet gemelde bankstortingen.