ECLI:NL:CRVB:2018:2921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-aanvraag wegens onvoldoende medische informatie
Appellant, geboren in 1973, diende in 2014 een aanvraag in voor arbeids- en inkomensondersteuning op grond van de Wajong 2010. Het UWV wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant jonggehandicapt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand, met een veroordeling van het UWV in de proceskosten.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn verslavingsproblematiek ook op zeventien- en achttienjarige leeftijd bestond en dat hij niet in verzuim was bij de laattijdige aanvraag. De Raad overwoog dat de beoordeling van de aanspraken van appellant moet plaatsvinden op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW), omdat hij in 1973 is geboren.
De Raad stelde vast dat er onvoldoende concrete medische informatie beschikbaar is over de periode rond appellant's zeventiende en achttiende levensjaar. De door appellant overgelegde rapporten boden geen aanknopingspunten om zijn belastbaarheid in die periode vast te stellen. De bewijslast bij een laattijdige aanvraag ligt volgens vaste rechtspraak bij de aanvrager. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-aanvraag wegens onvoldoende medische informatie over de situatie rond het zeventiende en achttiende levensjaar.