ECLI:NL:CRVB:2018:3322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, laatstelijk werkzaam als isolatiemonteur, meldde zich ziek met rugklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn beperkingen werden onderschat, mede op grond van aanvullende medische klachten en een brief van een neuroloog. Tevens stelde hij dat de beoordeling niet onafhankelijk was en verwees naar het arrest Korošec van het EHRM, verzoekend om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunt te onderbouwen en dat er geen aanwijzingen waren dat de medische beoordeling onjuist of onvolledig was. De Raad volgde de rechtbank en bevestigde het besluit tot beëindiging van de uitkering.
De Raad stelde dat het beginsel van equality of arms was gewaarborgd omdat appellant medische stukken kon indienen en dat het arrest Korošec niet verplicht tot het benoemen van een onafhankelijke deskundige wanneer de verzekeringsarts de medische informatie inzichtelijk heeft betrokken.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep en bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering na een zorgvuldige en gemotiveerde beoordeling.