ECLI:NL:CRVB:2018:38
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WIA- en Ziektewet-uitkeringen na medische beoordeling
Appellant, werkzaam als schoonmaker, viel in 2008 uit wegens diverse lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde in 2010 en opnieuw in 2014 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die de besluiten bevestigde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten onvoldoende waren meegewogen en dat de verzekeringsarts ten onrechte aannam dat hij niet onder behandeling was voor psychische klachten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordelingen zorgvuldig waren uitgevoerd, dat de aanvullende medische stukken geen nieuwe gezichtspunten boden en dat migraine niet leidt tot structurele beperkingen. De Raad onderschreef de eerdere oordelen dat appellant geschikt is voor passende functies.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraken van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; besluiten UWV tot afwijzing WIA- en Ziektewet-uitkering bevestigd.