ECLI:NL:CRVB:2018:791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag AOW-pensioen wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft meerdere keren een aanvraag voor AOW-pensioen ingediend, waarvan de eerste op 4 mei 2011. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees deze aanvragen af wegens onvoldoende bewijs van in Nederland verrichte werkzaamheden en het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Appellant stelde dat hij legaal in Nederland had gewerkt en overhandigde bewijsstukken zoals openbaarvervoersbewijzen en een lidmaatschapsbewijs van een ziekenfonds.
De Svb onderzocht deze stukken en raadpleegde het Schakelregister en pensioenfondsen, die geen gegevens over appellant konden vinden. De Raad oordeelde dat de bewijsstukken onvoldoende waren, mede omdat de naam en het geboortejaar op de documenten niet overeenkwamen met die van appellant. Het bestuursorgaan had zorgvuldig onderzoek verricht en het besluit om de aanvraag af te wijzen was niet evident onredelijk.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank Amsterdam dat appellant geen recht heeft op AOW-pensioen. Er was geen aanleiding om terug te komen op eerdere, rechtens onaantastbare besluiten. De uitspraak werd gedaan door E.E.V. Lenos op 7 maart 2018.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde AOW-aanvraag wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.