ECLI:NL:CRVB:2018:83
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Y.J. Klik
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking bijstand en boete wegens niet-wonen op uitkeringsadres
Betrokkene ontving bijstand vanaf 2011 en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Na een onderzoek van de gemeente Drimmelen, waarbij onder meer waterverbruik en huisbezoeken werden onderzocht, concludeerde het college dat betrokkene niet op het uitkeringsadres woonde en trok de bijstand in met terugvordering van kosten. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde beide besluiten ongegrond, omdat het bewijs onvoldoende was en betrokkene aannemelijk had gemaakt dat zij wel haar hoofdverblijf had op het uitkeringsadres, mede door verklaringen van derden en haar daginvulling.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders. De verklaring van betrokkene aan de bijzonder controleurs wordt als zwaarwegend beschouwd en het extreem lage waterverbruik ondersteunt het standpunt dat zij niet op het adres woonde. Betrokkene slaagt er niet in dit te weerleggen.
De Raad verklaart het beroep tegen de intrekking en terugvordering ongegrond, bevestigt de schending van de inlichtingenplicht en legt een boete op. Deze boete wordt echter gematigd tot het maximale bedrag volgens de recentere regelgeving. Tevens wordt appellant veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en de boete wordt vastgesteld op € 5.466,67.