ECLI:NL:CRVB:2018:878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Maandelijkse opbrengst uit verkoop participaties is inkomen voor bijstandsverlening
Appellante had een eigen woning gefinancierd met een MeerWaardehypotheek waarbij eigen vermogen was ingelegd in het Postbank Obligatiefonds. Maandelijks ontving zij een bedrag van € 382,- uit de verkoop van participaties. Het college hield dit bedrag in op haar bijstandsuitkering. Appellante betwistte dit en stelde dat het om een vermogensbestanddeel ging dat reeds was meegenomen bij de vermogensberekening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het bedrag als inkomen moet worden aangemerkt op grond van de WWB, omdat het periodiek wordt ontvangen en bedoeld is als aanvulling op het inkomen. De Raad verwierp het fiscale inkomensbegrip als maatstaf en stelde dat de Wet inkomstenbelasting 2001 geen bron inkomsten uit vermogen kent.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden met ruim vijf maanden, wat een schadevergoeding van € 500,- rechtvaardigt. Deze overschrijding was toe te rekenen aan de bestuursrechter. Het verzoek om verdere schadevergoeding werd afgewezen.
De uitspraak bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af, met toekenning van een beperkte schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 500,- schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.