ECLI:NL:CRVB:2018:943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens nalaten zorgverzekering onder Zvw bevestigd
De zaak betreft een bestuurlijke boete opgelegd aan betrokkene wegens het niet tijdig afsluiten van een zorgverzekering conform de Zorgverzekeringswet (Zvw). Appellant, het CAK, stuurde een aanmaning en legde vervolgens een boete van €351,99 op. Betrokkene maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde het besluit en stelde het boetebedrag op nihil, verwijzend naar eerdere jurisprudentie over de beslagvrije voet.
In hoger beroep betoogde appellant dat de uitspraak van 11 januari 2016 niet van toepassing is op de gefixeerde boete onder de Zvw en dat bij betrokkene, met een bijstandsinkomen, geen reden is tot matiging. De Raad stelde vast dat de boete wettelijk is vastgesteld en dat de rechtbank ten onrechte het toetsingskader van die uitspraak hanteerde.
De Raad concludeerde dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk een verzekering heeft geprobeerd af te sluiten en geweigerd werd. Ook bij een laag inkomen blijft de boete opgelegd worden vanwege het belang van de verzekeringsplicht. Het beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €351,99 wegens het niet afsluiten van een zorgverzekering wordt gehandhaafd.