ECLI:NL:CRVB:2019:1024
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging weigering WIA-uitkering wegens onjuiste belastbaarheidsvaststelling
Betrokkene, werkzaam als productiemedewerkster, meldde zich in oktober 2012 ziek met psychische klachten en ontving destijds een WW-uitkering. Het UWV weigerde in maart 2014 een WIA-uitkering toe te kennen omdat betrokkene minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat een onafhankelijke neuropsycholoog had vastgesteld dat de verzekeringsartsen de belastbaarheid onjuist hadden beoordeeld.
Het UWV stelde in hoger beroep dat het rapport van de deskundige onvoldoende objectief was en baseerde zich op eigen rapporten, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in. De Raad volgde de rechtbank en de deskundige, oordeelde dat het UWV een nieuwe beslissing moet nemen met inachtneming van de beperkingen vastgesteld in het neuropsychologisch onderzoek.
Daarnaast werd de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn, aangezien de procedure bijna vijf jaar duurde terwijl vier jaar als redelijke termijn geldt. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten en griffierechten. De Raad bepaalde dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Raad mogelijk is.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het UWV-besluit en veroordeelt de Staat tot een schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.